Is het de herfst, of ben ik gewoon op? Misschien stel je jezelf die vraag elk jaar opnieuw, ergens in oktober. De wekker gaat en het is nog donker. Je komt moeilijker uit bed, je hebt eerder goesting in iets zoets dan in een wandeling, en tegen vier uur ben je eigenlijk al aan je avond toe. Op het werk ben je sneller geprikkeld, en 's avonds val je in de zetel in slaap nog voor het journaal gedaan is. Blijft die moeheid hangen, ook buiten de herfst en zeker na een burn-out, lees dan Blijvend moe na een burn-out? Zo pak je het aan.
Ik ken dat goed. Bij mij begint het elk jaar rond half oktober. Tot 2013 zat ik dan telkens in dezelfde cirkel: ik werd moe, ging minder bewegen, at minder gezond, kwam een paar kilo bij en werd boos op mezelf. Van die boosheid werd ik nog vermoeider, en dus bewoog ik nog minder. Elk jaar opnieuw, en elk jaar was ik er weer door verrast, alsof de herfst voor het eerst kwam.
Sinds 2014 pak ik het anders aan. Ik vecht minder tegen die moeheid en ga er meer in mee. Dat klinkt als opgeven, en het voelt achteraf als het omgekeerde.
Waarom je in de herfst moe bent.
De belangrijkste reden is licht. Vanaf september worden de dagen snel korter, en wie binnen werkt, ziet soms dagenlang nauwelijks daglicht. Je biologische klok heeft dat licht nodig om te weten dat het dag is. Krijgt hij het niet, dan blijft je lijf een beetje in de nachtstand hangen: trager, slaperiger, met meer zin in zoet en minder in beweging.
Je lijf doet daarmee wat lijven al eeuwen doen in de donkere maanden. Vroeger viel de herfst samen met het einde van de oogst. Het werk op het land was gedaan, de voorraad voor de winter lag klaar, en er brak een tijd aan van minder. Kijk maar naar de bomen: ze trekken hun energie terug uit hun takken, laten hun bladeren los en houden hun kracht in hun wortels.
Alleen draait onze agenda in oktober gewoon door, alsof het nog juni is. Je lijf schakelt terug en je agenda schakelt op. Daar wringt het.
Wat helpt.
1. Haal elke dag daglicht, ook als het grijs is
Dit is het belangrijkste, en het eenvoudigste. Ik wandel elke dag een halfuur, liefst in de voormiddag. Ook op een grijze dag is het buiten vele keren lichter dan binnen onder een lamp, dus een wandeling onder een bewolkte hemel telt evengoed. Kan je overdag niet weg, zet je bureau dan zo dicht mogelijk bij een raam, of maak van een telefoongesprek een wandeling. Soms stel ik in een vergadering voor om al wandelend verder te praten. De eerste keer kijken mensen raar. Daarna vraagt niemand nog om binnen te blijven.
2. Geloof niet alles wat je hoofd zegt
In de herfst heeft je hoofd duizend redenen om binnen te blijven: het is te donker, te koud, te nat, te laat, te vroeg, en je hebt geen zin. Ik heb jaren naar die stem geluisterd. Vandaag hoor ik ze nog altijd, alleen doe ik er minder mee. Ik laat de gedachte er zijn, trek mijn jas aan en ga toch. Na tien minuten buiten is de zin er bijna altijd vanzelf gekomen.
In de herfst vraagt je lijf om te vertragen.Wie dat toelaat, heeft meer energie over.
3. Schakel mee terug
Dit leerde ik pas later, en het maakt het grootste verschil. In mijn praktijk zie ik het elk jaar opnieuw: in november komen mensen binnen die zichzelf verwijten dat ze "niet vooruit te branden" zijn. Ze leggen dezelfde lat als in de zomer, en elke avond dat ze die niet halen, komt er een verwijt bij.
Je kan in november niet hetzelfde tempo trekken als in juni, en dat hoeft ook niet. Plan in de donkere maanden bewust wat minder: een avond per week zonder afspraken, een halfuur vroeger naar bed, een weekend waarin niets moet. Wie meegaat met dat ritme, houdt meer energie over dan wie elke dag tegen zijn eigen lijf in duwt.
4. Let op wat je eet als je moe bent
Moe en zin in zoet gaan vaak samen. Een koek geeft je even een duw, en een uur later zak je dieper weg dan je stond. Je hoeft daarvoor geen dieet te volgen. Zorg vooral dat er bij elke maaltijd iets is wat lang meegaat: groenten, een ei, noten, volle granen. Een kom soep bij de middag doet in de herfst meer dan je denkt.
5. Laat je vitamine D nakijken
Je lijf maakt vitamine D aan met zonlicht, en daarvan is er in onze streken van oktober tot maart te weinig. Een tekort kan je moe en lusteloos maken. Vraag je huisarts gerust om het eens na te kijken, en neem een supplement liefst op zijn of haar advies.
Wanneer het meer is dan herfstmoeheid.
Herfstmoeheid is vervelend, maar ze laat je nog leven. Je hebt minder energie, en toch kan je nog genieten van een goed gesprek of een warme soep. Ben je weken aan een stuk somber, heb je nergens nog plezier in, of krijg je jezelf 's morgens bijna niet meer uit bed, dan kan het een winterdepressie zijn. Ga dan langs bij je huisarts. Soms helpt lichttherapie, soms een gesprek met een psychotherapeut, soms allebei. Daarmee hoef je niet te wachten tot het voorjaar.
Wat je deze week kan doen
Kies één ding uit de lijst hierboven en doe het elke dag van deze week. Het halfuur wandelen is een goede start. Kijk daarnaast elke ochtend aan de ontbijttafel even wat je lijf vandaag aankan, nog voor je je dag volplant. Daarvoor maakte ik de gratis dagkaart Hoe voel ik me vandaag?: drie vragen en een cijfer van 1 tot 5.
Jan Jacobs
Jan Jacobs begeleidt mensen die veel verantwoordelijkheid dragen en zichzelf daarbij gemakkelijk voorbijlopen, om weer bewust te kiezen waar hun tijd en energie naartoe gaan. Hij werkt sinds 2007 als coach en is erkend psychotherapeut. In maart 2026 verscheen zijn boek Sterker na de val, en elke week lezen zo’n 6.000 mensen mee met Coach Jan Magazine. Jan heeft een praktijk in Mechelen en werkt ook online.
Loop jij jezelf ook voorbij? Plan een eerste gesprek
Hoe wil je hiermee verder?
Gratis dagkaart
Hoe voel ik me vandaag?
Een dagkaart om ’s morgens stil te staan bij je energie: drie vragen, een cijfer van 1 tot 5, en wat je dan doet. Om bij je ontbijt te leggen.
Liever samen aan de slag? Bekijk hoe ik werk →
