Blog › Richting

Als anderen je minder nodig hebben

Tijdens een workshop over authentiek leiderschap in Dornach bleef bij mij één angst hangen: niet meer relevant zijn. Over wat er gebeurt als de mensen rond je groeien, op het werk en thuis, en hoe je dan van betekenis blijft.

6 min lezen · oktober 2026

Begin oktober was ik in Dornach, in Zwitserland, voor een congres over overvloed en grenzen. Daar volgde ik als deelnemer de eerste van drie workshops over authentiek leiderschap. Joan Sleigh begeleidt dat traject samen met twee collega's. De rode draad is hoe een crisis een kans kan worden om te groeien, en dat thema ligt dicht bij wat ik zelf in mijn boek beschrijf. Ik ging er dus met veel nieuwsgierigheid en goesting naartoe. Dat ik al op de eerste dag bij een van mijn eigen angsten zou uitkomen, had ik niet zien aankomen.

De workshop begon met het verhaal van Miobi. In de versie die ik later terugvond, is Miobi een bange jongen die bij zijn oom woont. Hij bevrijdt een haas uit een val, en die haas geeft hem raad als hij op zoek gaat naar moed. Onderweg komt hij in een dorp waar iedereen bang is voor een monster op de berg. Telkens als Miobi wegloopt, lijkt het monster groter te worden. Als hij dichterbij komt, wordt het kleiner. Op het einde kan hij het kleine diertje gewoon meenemen. Hij hoeft het niet te doden.

Daarna kregen we de vraag welke angsten wij als leider onder ogen hebben te zien.

Wat bij mij bleef hangen.

Ik herkende er meer dan één. Bang zijn om mensen teleur te stellen, een verkeerde beslissing te nemen of te ontdekken dat je het zelf ook niet weet. Maar één angst bleef langer hangen dan de rest: de angst om niet meer relevant te zijn, om geen meerwaarde meer te bieden.

Relevant en meerwaarde zijn grote woorden, een beetje woorden uit een jaarverslag. Als ik ze vertaal naar hoe het voelt, gaat het over een eenvoudige vraag: maakt wat ik doe nog een verschil voor de mensen rond mij?

Sinds november 2012 ben ik in verschillende rollen verbonden aan Iona, een zorgorganisatie in Nijlen, en in die jaren heb ik de organisatie zien groeien. De mensen rond mij werken volledig zelfstandig en doen hun job goed. We werken goed samen. Hun inbreng is enorm gestegen, en die van mij is daardoor gedaald. Waar ik vroeger een crisismanager was die stuurde, ben ik nu eerder een coach, iemand die ondersteunt. Daar ben ik blij om. En tegelijk vraag ik me soms af wat mijn bijdrage nu precies is.

Blij, en toch onwennig.

Dat is het rare eraan. Je hebt jarenlang gewerkt om mensen zelfstandig te maken, en als het lukt, voelt het niet alleen als winst. Wie lang de persoon was bij wie de vragen terechtkwamen, raakt eraan gewend dat de vragen komen. Helpen, oplossen, sturen en nodig zijn worden stilaan een deel van hoe je jezelf ziet. Valt dat weg, dan valt er ook iets weg van dat beeld.

Ik vind het belangrijk om dat verlangen niet kleiner te maken dan het is. Willen bijdragen is menselijk. Daar voldoening in vinden, en ook wat erkenning, is dat evengoed. Het heeft weinig met ijdelheid of macht te maken. De meeste mensen die veel voor anderen doen, doen dat omdat het hun leven betekenis geeft.

Wat mij in Dornach hielp, was het onderscheid tussen minder nodig zijn en minder van betekenis zijn. Iemand kan je minder nodig hebben en toch veel aan je hebben. Een medewerker die niets meer komt vragen, kan nog altijd steunen op het vertrouwen dat je hem gaf. Alleen: dat onderscheid is geen pleister die alles oplost. Een andere bijdrage kan waardevol zijn, en het blijft de moeite om eerlijk te kijken of ze dat ook echt is, of dat je het jezelf vooral wil wijsmaken.

Iemand kan je minder nodig hebben en toch veel aan je hebben.

Thuis en in andere rollen.

Ik ben zelf vader van drie kinderen, en ouders kennen dit evengoed. Het kind dat plots zelf naar school fietst en niet meer wil dat je mee tot aan de poort gaat. De tiener die op de vraag hoe zijn dag was, alleen nog "goed" antwoordt. De volwassen dochter die je opbelt over een beslissing, luistert, en dan iets anders kiest dan wat jij zou doen. Hetzelfde speelt bij wie zorgt voor een ouder die na een ziekte weer zelf zijn boodschappen doet, of bij een collega die een project opstartte dat nu prima zonder hem verder loopt.

Wat dat met je doet, verschilt. Sommige mensen voelen vooral opluchting, eindelijk wat ruimte. Anderen voelen verdriet, of een onzekerheid die ze moeilijk kunnen benoemen. Vaak is het alles door elkaar. En de rollen zijn ook niet hetzelfde. Een kind groeit naar een leven dat van hem is, een team groeit naar werk dat je samen blijft doen. Dat verschil doet ertoe, en het vraagt telkens een ander antwoord.

Dichter bij je eigen angst.

Voor mij gaat authentiek leiderschap hier over durven kijken naar je eigen angst, en naar hoe die mogelijk doorwerkt in wat je doet. Een angst die je niet bekijkt, zoekt vaak een uitweg in je handen. Misschien herken je er iets van: helpen terwijl niemand erom vroeg, toch weer iets overnemen omdat het sneller gaat, of moeite hebben om een stilte te laten bestaan. Bij mij is het vooral dit: een oplossing klaar hebben voor de ander zijn vraag af is.

Daar komt het beeld van Miobi terug. Door dichterbij te komen, kan je onderzoeken waar je eigenlijk mee te maken hebt. Dat betekent niet dat elke angst verdwijnt of dat er nooit iets echts aan de hand is. Het betekent wel dat je beter ziet wat er is, en dan kan je kiezen wat je ermee doet.

In Sterker na de val (opent in een nieuw tabblad) schrijf ik over hoe leiders groeien in uitdagende tijden. Deze vraag toont dat ook een goede ontwikkeling een vertrouwde rol kan veranderen, en dat je dan opnieuw je plaats mag zoeken. Ik heb daar zelf nog geen afgerond antwoord op. Ik onderzoek het nog, en ik denk dat de vraag zelf al iets oplevert: wat heeft de ander nu van mij nodig, en wat probeer ik zelf te vinden als ik help?

Een kleine oefening

Neem deze week één situatie waarin je de neiging voelde om in te springen. Op het werk, thuis, bij een vriend. Kijk er achteraf rustig naar met drie vragen. Wat vroeg de ander precies? Wat voelde jij op dat moment? En welke bijdrage zou nu passen? Soms is dat ruimte laten. Soms een vraag stellen, of laten weten dat je beschikbaar bent als het nodig is. En soms is actief helpen net wat er nodig is. Het gaat er niet om dat je minder doet. Je kijkt wat er past.

Het verhaal van Miobi vind je als Van een monster dat klein werd (opent in een nieuw tabblad) op beleven.org.

Jan Jacobs

Jan Jacobs

Jan Jacobs begeleidt mensen die veel verantwoordelijkheid dragen en zichzelf daarbij gemakkelijk voorbijlopen, om weer bewust te kiezen waar hun tijd en energie naartoe gaan. Hij werkt sinds 2007 als coach en is erkend psychotherapeut. In maart 2026 verscheen zijn boek Sterker na de val, en elke week lezen zo’n 6.000 mensen mee met Coach Jan Magazine. Jan heeft een praktijk in Mechelen en werkt ook online.

Loop jij jezelf ook voorbij? Plan een eerste gesprek

Hoe wil je hiermee verder?

De cover van Sterker na de val

Ik wil zelf beginnen

Lees verder in Sterker na de val

Mijn boek over leiders die vallen en weer opstaan. Negen eigenschappen, vier fasen en één verhaal.

Bekijk het boek (opent in een nieuw tabblad)

Liever samen aan de slag? Bekijk Sterker Leiden →

Twee die hierbij passen